Van aandacht naar structurele mondzorg

Maar aandacht alleen is niet genoeg.

Want wat gebeurt er als een zorgmedewerker een probleem in de mond signaleert? Wie neemt het over? Wanneer wordt een mondzorgprofessional ingeschakeld? Hoe weten zorgmedewerkers wat zij zelf kunnen doen? En hoe zorg je ervoor dat mondzorg niet afhankelijk is van één betrokken medewerker, maar een vast onderdeel wordt van de dagelijkse zorg?

De volgende stap is daarom: van aandacht naar structurele mondzorg.

Mondzorg hoort bij goede zorg

Voor zorgafhankelijke mensen is een bezoek aan de tandarts of mondhygiënist niet altijd vanzelfsprekend. Ook kan het lastig zijn om zelf de mond goed te verzorgen of aan te geven dat er iets niet goed voelt.

Juist daarom is het belangrijk dat mondzorg aansluit bij de zorg die iemand al krijgt.

Goede mondzorg gaat daarbij niet alleen over het behandelen van gaatjes, ontstekingen of andere problemen. Het gaat ook over het voorkomen van problemen, het behouden van de mondfunctie en het op tijd signaleren van veranderingen.

Dat vraagt om samenwerking tussen bewoners, naasten, zorgmedewerkers en mondzorgprofessionals. Iedereen heeft daarin een eigen rol.

Bij Omnios is dat het uitgangspunt. We bieden mondzorg op locatie, in de vertrouwde omgeving van de bewoner en in samenwerking met de zorginstelling.

Structurele mondzorg vraagt om een vaste aanpak

Wanneer mondzorg structureel onderdeel is van de zorg, hoeft niet steeds opnieuw te worden bedacht wat er moet gebeuren.

Er zijn duidelijke afspraken over de dagelijkse mondverzorging. Zorgmedewerkers weten waar zij op kunnen letten en wanneer zij moeten signaleren. Mondzorgprofessionals zijn op vaste momenten beschikbaar. En de zorginstelling houdt zicht op de kwaliteit van de mondzorg.

Dat vraagt om een aanpak die past bij de bewoners én bij de organisatie.

Omnios werkt daarom met vaste mondzorgteams die op vaste momenten op locatie komen. Een team bestaat uit een tandarts, mondhygiënist en assistent. Door met vaste gezichten te werken, ontstaat continuïteit voor de bewoner en kan het mondzorgteam de bewoners en hun situatie goed leren kennen.

Daarnaast werken we met een preventieve cyclus. Meerdere keren per jaar komt hetzelfde mondzorgteam op locatie om de mondgezondheid van bewoners te beoordelen. Zo kunnen beginnende problemen sneller worden gesignaleerd en behandeld en kan verergering worden voorkomen.

Mondzorg begint niet en eindigt niet in de behandelkamer

Een groot deel van de dagelijkse mondzorg vindt plaats buiten de behandelkamer.

Zorgmedewerkers hebben daarom een belangrijke rol. Zij helpen bewoners bij de dagelijkse mondverzorging en kunnen veranderingen in de mond als eerste opmerken.

Dat betekent niet dat zorgmedewerkers mondzorgprofessionals moeten worden. Wel is het belangrijk dat zij weten wat goede mondzorg inhoudt, welke problemen zij kunnen signaleren en wanneer zij hulp moeten inschakelen.

De Omnios Academie helpt zorgprofessionals om die kennis en vaardigheden te ontwikkelen. De trainingen gaan onder andere over de dagelijkse mondverzorging, het herkennen van mondaandoeningen en het goed inbedden van mondzorg in de bestaande zorg.

Ook praktische informatie helpt om mondzorg onder de aandacht te houden. Op het Mondzorg Kennisplein vinden zorgprofessionals onder meer richtlijnen en praktische hulpmiddelen.

Zo wordt mondzorg niet iets wat alleen tijdens een behandelafspraak aandacht krijgt, maar onderdeel van de dagelijkse zorg.

Samenwerken vraagt om duidelijke afspraken

Structurele mondzorg ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om duidelijke afspraken tussen de zorginstelling, het zorgteam en het mondzorgteam.

Wie is verantwoordelijk voor de dagelijkse mondverzorging? Wie houdt de mondzorgprocedure actueel? Wanneer wordt een mondzorgprofessional ingeschakeld? Hoe wordt informatie gedeeld? En hoe wordt de kwaliteit van de mondzorg geëvalueerd?

Een duidelijke werkwijze helpt om deze vragen niet pas te beantwoorden wanneer er een probleem ontstaat.

De richtlijn Organisatie van de zorg benadrukt bijvoorbeeld dat goede dagelijkse mondverzorging alleen lukt als zorgverleners samenwerken en weten wat hun taken en verantwoordelijkheden zijn.

Ook de kwaliteit van de professionele mondzorg vraagt om aandacht. Daarom kijkt Omnios niet alleen naar de behandeling, maar ook naar de organisatie eromheen. Denk aan rapportage, evaluatie, administratie, beleid en mondzorgprocedures.

Een structurele aanpak geeft daarmee niet alleen rust en duidelijkheid, maar maakt het ook mogelijk om de kwaliteit van de mondzorg te blijven verbeteren.

Ook financiering hoort bij een structurele aanpak

Wie mondzorg structureel wil organiseren, krijgt uiteindelijk ook te maken met de vraag hoe deze zorg wordt gefinancierd.

De financiering van mondzorg in de langdurige zorg is niet voor iedere bewoner hetzelfde. De vergoeding hangt onder andere samen met de indicatie en de manier waarop de zorg is georganiseerd. Dat maakt het onderwerp soms ingewikkeld.

Uit het onderzoek van ZorgFocuZ onder bijna 400 zorgprofessionals bleek dat 75% niet goed weet hoe de financiering van mondzorg in elkaar zit.

Dat laat zien dat goede mondzorg niet alleen vraagt om kennis over de mond. Ook kennis over organisatie, verantwoordelijkheden en financiering is nodig.

Een nieuwe stap met Mondzorg Dichtbij

Juist op het snijvlak van organisatie, toegankelijkheid en financiering ontstaat ruimte om te vernieuwen.

Een actueel voorbeeld daarvan is Mondzorg Dichtbij. Sinds 1 september 2026 werken Omnios en Zilveren Kruis samen in een driejarig experiment voor een groep kwetsbare mensen die in een zorginstelling wonen, maar voor wie mondzorg niet vanuit de Wlz wordt vergoed.

Het gaat om mensen met een Wlz-indicatie zonder behandeling of met VPT, die niet meer zelfstandig naar een tandartspraktijk kunnen.

Voor deze groep sluit de reguliere manier van bekostigen niet altijd goed aan op de praktijk. Een mondzorgprofessional komt immers naar de bewoner toe. Dat vraagt niet alleen tijd voor de behandeling, maar ook voor voorbereiding, administratie en overleg met bijvoorbeeld zorgmedewerkers, huisarts en naasten.

Binnen het experiment ontvangt Omnios daarom iedere maand een vast bedrag per bewoner. Daarmee ontstaat ruimte voor de mondzorg die nodig is én voor de tijd die nodig is rondom de bewoner.

Het experiment is daarmee een voorbeeld van een bredere vraag: hoe zorgen we ervoor dat de manier waarop we mondzorg organiseren en financieren ook aansluit bij de mensen voor wie de zorg bedoeld is?

Van goede bedoeling naar vaste plek

Structurele mondzorg ontstaat niet door één verandering.

Het begint met aandacht. Daarna volgen kennis, duidelijke afspraken, samenwerking en een manier van werken die past bij de bewoners en de zorginstelling.

Bij Omnios komen die onderdelen samen in drie pijlers:

Kwaliteit op maat
Mondzorg die aansluit bij de situatie, behoeften en mogelijkheden van iedere bewoner.

Voorspelbare en transparante zorg
Vaste teams, vaste momenten en duidelijkheid over de organisatie en kwaliteit van de zorg.

Samen vernieuwen
Samen met zorginstellingen en andere partners zoeken naar manieren om mondzorg steeds beter toegankelijk en passend te maken.

Die drie elementen versterken elkaar. Want goede mondzorg vraagt niet alleen om goede behandelaren. Het vraagt om een aanpak die onderdeel is van de zorg.

De volgende stap

De vraag is daarom niet alleen meer: krijgt mondzorg aandacht?

De volgende vraag is belangrijker: Is mondzorg zo georganiseerd dat goede zorg ook morgen vanzelfsprekend is? Want daar begint structurele mondzorg.

Een eerste stap kan zijn om samen te kijken hoe de mondzorg binnen een zorginstelling ervoor staat. Met de mondzorganalyse van Omnios ontstaat inzicht in wat goed gaat en waar nog kansen liggen.

Want uiteindelijk gaat het niet om mondzorg als los onderdeel van de zorg.

Het gaat om bewoners die kunnen eten, drinken, praten en zich prettig voelen. Om problemen die eerder worden gezien. Om zorgmedewerkers die weten wat ze kunnen doen. En om mondzorgprofessionals die op het juiste moment kunnen helpen.

Van aandacht naar structurele mondzorg. Dat is de beweging die nodig is.