“Je moet niet alleen kijken naar wat niet goed gaat, maar vooral naar wat wél werkt”

Op een zonnige ochtend in zorginstelling Eykenburg in Den Haag hangt een rustige, warme sfeer. In de gezamenlijke ruimte komt het dagritme langzaam op gang. Bewoners drinken koffie, zorgmedewerkers lopen hun rondes en tussendoor is er ruimte voor aandacht en contact.


Temidden van die dagelijkse dynamiek vertelt Khadija over haar werk in de ambulante mondzorg. Ze werkt nu anderhalf jaar bij Omnios, maar is al langer actief in de mondzorg voor kwetsbare ouderen. In haar rol ondersteunt ze als tandartsassistente verschillende teams op locatie en springt ze bij waar extra handen nodig zijn, waardoor ze veel zorginstellingen van binnenuit leert kennen.


Haar start in het vak was niet iets dat ze vooraf had gepland. “Het was eigenlijk toeval,” vertelt ze rustig. “Ik was op zoek naar werk en toen kwam dit op mijn pad. Ik dacht: ik ga het gewoon proberen.”


Wat begon als een kans om ervaring op te doen, groeide al snel uit tot werk dat bij haar past. “Op een gegeven moment merkte ik dat ik het echt leuk vond. Het geeft veel voldoening en waardering. Dat gevoel heb ik nog steeds elke dag.”

In haar werk komt Khadija dus op veel verschillende zorglocaties. Daardoor ziet ze ook hoe sterk de praktijk kan verschillen.

“Er zijn altijd dingen die beter kunnen, maar vaak ben ik ook tevreden over hoe het gaat,” legt ze uit. “In veel instellingen is er echt aandacht voor mondzorg en word je serieus genomen.”
Tegelijkertijd ziet ze dat dat niet overal vanzelfsprekend is. Soms speelt tijdsdruk een grote rol, waardoor mondzorg minder prioriteit krijgt in de dagelijkse zorg.

“Dan merk je dat het sneller wordt vergeten,” vertelt ze. “Terwijl het eigenlijk onderdeel zou moeten zijn van de basiszorg.”

Een herkenbaar moment ziet ze vaak in de ochtendzorg. “Je hoort dan dat er al gepoetst is, maar als je in de mond kijkt, zie je dat het toch niet goed, of niet, is gebeurd. Dan weet je dat het in de avond waarschijnlijk is blijven liggen. Dat zijn kleine signalen, maar ze zeggen veel.”

De samenwerking met zorgteams verschilt per locatie. Op Eykenburg voelt Khadija zich duidelijk welkom. “Je merkt hier echt betrokkenheid. Het team staat open en dat maakt samenwerken prettig.”

Op andere locaties is dat wisselend. Soms komen teams actief met vragen, soms is er minder ruimte of aandacht voor mondzorg. Vaak speelt werkdruk daarbij een rol.

“Ze hebben het al zo druk met de dagelijkse zorg dat mondzorg er soms niet bij in past,” legt ze uit. “En dat is begrijpelijk, want het is een intensieve doelgroep.”Toch ziet ze dat samenwerking het verschil kan maken. Wanneer er ruimte is voor overleg, ontstaat er vaak meer bewustwording en structuur in de mondzorg.

Wat haar in de praktijk vooral opvalt, is dat verbetering vaak stap voor stap gaat. Niet door grote veranderingen in één keer, maar door kleine aanpassingen in de dagelijkse zorg.
Ze kijkt daarbij altijd samen met het zorgteam naar wat er speelt. Soms ligt de oorzaak bij het gedrag van een bewoner, soms bij de organisatie van de zorg zelf. “Dan probeer je samen te zoeken naar wat wel werkt in die situatie.”

Ze merkt dat die aanpak effect heeft. Niet alleen in gesprekken, maar ook in de praktijk zelf. “Als je later terugkomt en je ziet dat de mondhygiëne beter is, dan geeft dat echt een goed gevoel. Dan weet je dat het iets heeft gedaan.”

Ook positieve feedback speelt daarin een belangrijke rol. “Als iets goed gaat, zeg ik dat ook. Dat helpt vaak meer dan alleen benoemen wat beter moet.”

De uitkomsten van het onderzoek van ZorgFocuz sluiten aan bij wat ze dagelijks ziet in de praktijk. Veel zorgmedewerkers vinden mondzorg belangrijk, maar het is niet altijd een vast onderdeel van de dagelijkse routines.

Dat herkent ze. “Je ziet dat het per locatie verschilt. Soms is het goed georganiseerd, soms is er nog veel te winnen.”

Tegelijkertijd ziet ze ook dat er vaak wel bereidheid is om te verbeteren, zeker wanneer er ondersteuning en duidelijke samenwerking is.

Voor Khadija zit het verschil van werken bij Omnios niet alleen in de zorg zelf, maar vooral in de manier van samenwerken en organiseren.

“Wat ik heel prettig vind, is dat we echt in een team werken,” vertelt ze. “Je staat er niet alleen voor, maar kunt altijd overleggen en terugvallen op collega’s.”

Daarnaast noemt ze de praktische ondersteuning als belangrijk voordeel. “We hebben standaard een goed ingerichte behandelplek met alle materialen die we nodig hebben. Dat maakt het werk overzichtelijk en professioneel.”

Die combinatie van samenwerking en goede voorzieningen zorgt ervoor dat er rust en kwaliteit in de uitvoering zit. “Je kunt je daardoor echt richten op de patiënt, in plaats van op alles eromheen.”

Als ze nu vooruitkijkt, is haar wens helder. Ze hoopt dat mondzorg in de langdurige zorg steeds meer vanzelfsprekend wordt.

“Ik hoop dat we over een paar jaar in monden kijken en vooral goede mondhygiëne zien,” zegt ze. “Dat het niet iets extra’s is, maar gewoon onderdeel van goede zorg.”

Ze ziet dat de zorg verandert, onder andere doordat steeds meer ouderen hun eigen tanden behouden. Dat maakt de zorg soms complexer, maar ook belangrijker.

“Het vraagt meer aandacht, maar het hoort er gewoon bij,” zegt ze daarover.

Voor Khadija blijft de kern van haar werk duidelijk: kleine stappen maken samen een groot verschil. En dat begint elke dag opnieuw, op de werkvloer, samen met het zorgteam.

Dit bericht delen